Historiek

De Koninklijke SINT-SEBASTIAANSGILDE van ARENDONK

De geschiedenis van onze gilde,
bijna zeshonderd jaar ‘in een notendop’!!

Inleiding en situering
“De hertog van Brabant, Hendrik I, verheft Arendonk op de 24 ste februari 1212,
samen met Turnhout, Oisterwijk, Herentals, Hoogstraten enz. tot een nieuwe
Vrijheid. Via het ’testament’ (1331) van één van zijn nakomelingen (Jan III),
vernemen wij dat onze ‘Stad en Vrijheid’ door de Hertog ‘nieuw gemaakt’, in zeven
‘heertgangen’’, wijken of gehuchten is verdeeld. Aan het hoofd van zo een ‘heertgang’
staat iemand die borg staat voor zijn mensen: een zo genaamde ‘borgmeester’. Onze
Vrijheid bezit vanaf dat jaar ook zijn eigen ‘jurisdictie ofte dingbanck’ bestuurd door
een schout met zeven borgmeesters (ook schepenen genoemd) en één of meerdere
secretaris(sen).

Begin vijftiende eeuw tot eind zestiende eeuw
De juiste datum wanneer de Arendonkse Sint-Sebastiaansgilde is opgericht, is
niet bekend.
In het cijns- en belastingboek van Arendonk in 1442 wordt de Sint-Sebastiaansgilde reeds
vermeld: “die hantboeghscutters van Arendonc opten scuttershof”. De schutters waren goed
georganiseerd want zij namen deel aan landjuwelen en andere festiviteiten doorheen het
Brabantse hertogdom vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw. De stichtingskaart of
‘Reglement’ is verloren gegaan. Die oudste ‘Caerte’ of Reglement van de Arendonkse gilde,
gegeven door de hertogelijke administratie, de ‘Hoofdgilde te Leuven’, was in 1960 nog in
bezit van de gilde (!). Zij werd ondertekend op ‘de dertiende dagh der maendt van September,
int jaer ons heeren duysens vierhondert zes en negentich’ (1496). (Bron: brochure
Gildenfeest te Arendonk in 1960).
Een volgende vermelding van de gilde is teruggevonden in een oprichtingsakte van een
andere gilde, opgemaakt te Brussel voor de Sint-Sebastianius van Mechelen, de 1 ste mei 1484,
en door ‘Jan Imbrechts, Coninck van Arendonck’ mee ondertekend.

In 1516 komt de Sint-Sebastiaansgilde van Leuven op het schietspel te Arendonk. De 28 ste
april 1521 verschijnt ‘de handbooggulde van de Vrijheid Arendonck’ samen met nog 18
andere handbooggilden op het Landjuweel te Herentals. De deelname van Arendonk bestaat
uit: “één wagen met meyen*, drie peerden met acht personen ende de coninck met drie
peerden”. Op 27 april 1555 is de Arendonkse Gilde met andere confraters te Leuven aanwezig
om het vernieuwde reglement van het landjuweel goed te keuren.
Tijdens de beeldenstorm (augustus 1566) zijn vele documenten over de oudste geschiedenis
van onze gilde vernietigd en verloren gegaan. De gilde begeeft zich de dagen voor de
plundering op politiek glad ijs, door het schuttershof open te stellen als (geheime)
ontmoetingsplaats tussen de abt van de abdij van Postel en de protestantse predikers, dit
alles om een mogelijke plundering van de abdij te Postel én de parochiekerk van Arendonk te
vrijwaren. Het mocht echter niet baten, maar de schade bleef beperkt door de aanwezigheid
van de (gewapende) gilde die de vreemde Zuid-Vlaamse herrieschoppers bedwongen zich te
houden aan de afspraken van hogerhand.
De archieven vermelden ook dat er omstreeks Bamis (Sint Bavo-mis 1 okt.) 1566 in ‘den
Handbooghof’ gepredikt werd door de predikanten van de nieuwe religie.
In 1584 branden ‘ de Staatsen’** te Arendonk een honderdtal huizen af waarbij het overgrote
gedeelte van de archieven (zowel kerkelijke als gemeentelijke) voorgoed verloren gaat.
Vóór 1584 is er een Sint-Jorisgilde van de voetboog geweest in Arendonk. Na het “‘ brandjaar
van 1584’’ is deze Sint-Jorisgilde niet meer actief, maar wordt jaren later, in 1596, vervangen
door een kolveniersgilde***. Deze leden hanteren de bu(k)s als wapen. In hun ‘caerte’ staat
de uitzonderlijke bepaling dat het aantal leden afhankelijk is van het aantal inwoners van
Arendonk.

Van het begin van de vijftiende eeuw tot einde zestiende eeuw, ziet men de evolutie
van een illegale burgerwacht met illegale wapendracht – bedoeld om bescherming
van have en goed tegen mededorpelingen en ‘vreemd gespuis’ van daarbuiten –
naar een door een centraal gezag georganiseerde en ook gesubsidieerde bewapende
en getrainde militie – in Arendonk: getrainde boogschutters met de handboog.
De hoogdagen van de handboog (longbow) en kruisboog op de slagvelden van
Europa en de belegeringen van kastelen duren niet lang: na een honderd jaar was
de fun eraf, en worden de primitieve wapens vervangen door buksen en kanonnen.
De legers worden anders ingericht: huursoldaten worden gespecialiseerde en
getrainde vechters: aan een infanterie van boeren, slecht opgeleid en minder
gemotiveerd, heeft men in een leger geen nood. Begin de zeventiende eeuw, kregen
de gilden gaandeweg een lokale functie als niet-bezoldigde schuttersverenigingen
met zuiver recreatieve inslag die zich inzetten voor hun leden en hun gemeenschap.
De archaïsche militaire structuur in het bestuur en bepaalde folkloristische
gebruiken worden gekoesterd.

Begin zeventiende eeuw tot begin twintigste eeuw
Na 1596 wordt van de kolveniersgilde nooit meer gehoord. Enkel de Sint-Sebastiaansgilde –
als schuttersvereniging ‘avant-la-lettre’ – is doorheen de eeuwen blijven bestaan. Bewijzen
hiervan vinden we in de registers: een eerste lijst begonnen 1682 ; een tweede register van
1698-1870 (activiteiten, ledenlijsten en financiële verslagen). In 1607, op 1 april, reist een
zekere Dielis De(e)ns naar de Hoofdgilde in Leuven om er een nieuwe ‘Caert’ of Reglement
voor de Arendonkse Sint-Sebastiaansgilde aan te vragen. Voor zijn kosten wordt hem 4
gulden uitbetaald.
Gelukkig zijn er ook voorwerpen uit die tijd tot ons gekomen: vlaggen, oude breuken met
zilveren schilden, twee houten altaarbeelden: Sint Sebastiaan als Spaans soldaat (18 de eeuw)
en ‘Sint-Sebastiaan zijn vrouw (?)’ eveneens houten altaarbeeld uit de (oude) parochiekerk te
Arendonk, waarschijnlijk voorstellend Sinte Katriena (16 de eeuw): patrones van een andere
gilde: die ‘voor een goede dood en christelijke begrafenis’.
In 1680 ontvangt de schuttersgilde een nieuwe ‘Caerte’ van de Hoofdgilde van Leuven. En op
’11 meert 1782’ ontvangt de gilde opnieuw ‘eene pampieren caerte” van Leuven.
Worden er de volgende jaren nog kaarten gehaald? Het blijft een vraagteken. Wat er ook van
zei, het reglement blijft het gildeleven beheersen. Met het vogelschieten van 18 juni 1784
wordt Willem Cuypers tot nieuwe deken gekozen “met consent van het hooftreglement”.
Op het einde van de Oostenrijkse periode (1789) verglijdt de geschiedenis van onze regio in
een stoelendans van Franse en Nederlandse bezetters, om in 1830 te belanden in de huidige
Belgische situatie.
De Arendonkse Gilde verliest door de Franse bezetting haar onroerende eigendommen. Alles
wat haar nog rest zijn souvenirs uit een rijk verleden, en de tradities eigen aan een
schuttersvereniging die zich al eeuwen inzet voor haar leden en dorpsgemeenschap.
In 1885 verkoopt het bestuur een 25-tal zilveren schilden van de koningsbreuk, het oud
vendel en de pieken. Die verkoop betekent een financiële boost tot organisatie van een
vernieuwde gilde. In 1895 doet de Arendonkse Gilde mee aan een tentoonstelling over de
Kempense Gildes te Antwerpen. Tevens stappen gildeleden van Arendonk mee in de optocht.

Van begin twintigste eeuw tot heden
In 1910 schiet de schutterskoning Martinus Jacobs zich tot ‘Keizer’. Het is na ong. 500 jaar
de eerste (geregistreerde) keizer. Na de Eerste Wereldoorlog – een periode van non-activiteit
– wordt het noodzakelijk geoordeeld een nieuw reglement in te voeren. Het wordt op 4
januari 1929 in een nieuw register opgetekend door de toenmalige Alferis Peer Faes met als
titel: ‘Reglement van den Edel en Vermakelijk Gezelschap Het Eendrachtig spel van de
Handboog met zinspreuk “Eendracht maakt Macht”(art. 23).’ . Waarom die nieuwe naam?
De voorschriften van elke vereniging dienen van tijd tot tijd vernieuwd te worden om de
‘broederlijkheid’ te bewaren. Zo verduidelijken de gildebroeders en –zusters hun nieuwe
kaart. In de praktijk blijven de gildeleden de oude naam gebruiken.

Op 11 april 1934 wordt door koning Hendrik Van Eemeren een verzoek gericht aan zijn
Belgische ‘collega koning’ Leopold III om de Arendonkse Sint-Sebastiaansgilde de titel van
Koninklijk toe te kennen. Baron du Four steunt deze aanvraag. De senator ontvangt op 24
mei daaropvolgend de bevestiging van de toekenning. Op 25 mei 1934, bij open brief
getekend door Koning Leopold III, ontvangt de Sint-Sebastiaansgilde van Arendonk de titel
van Koninklijk. Het brevet wordt door de gouverneur van de provincie overhandigd.
De gilde overleeft de Tweede Wereldoorlog. Het einde van de vijandelijkheden luidt voor vele
verenigingen en speciaal voor de schuttersgilden een tijd van hernieuwde activiteiten in. Het
gildeleven in de Kempen barst uit zijn voegen. Het wordt echter van het goede té veel. Om
alles in goede banen te leiden steken de verantwoordelijken van enkele gilden de hoofden bij
elkaar. Naar het voorbeeld van de historische Hoofdgilde te Leuven, wensen zij een
overkoepelend orgaan te vormen voor de schutters uit de Kempen. Op 3 februari 1952 wordt
te Westmalle de stichtingsvergadering van de Hoge Gilderaad der Kempen gehouden in
aanwezigheid van de afgevaardigden van 21 gilden, meestal hoofdmannen. Op de tweede
vergadering van 9 maart 1952 is het aantal aanwezige gilden tot 38 geklommen.
St-Sebastiaan Arendonk is onder de aanwezigen.
En Arendonk werkt voort. De gilde neemt aan vele feestelijkheden deel. In 1960 organiseert
zij zelf het jaarlijks zomers gildefeest te Arendonk. Daar nemen vele Kempense
schuttersgilden aan deel.
Maar schone liedjes duren niet lang. De schutters van Arendonk steken hun hoofd op en
vormen een eigen schuttersmaatschappij waarbij ook vreemden, niet beëdigde-gildebroeders,
kunnen aansluiten. Zijzelf blijven gildebroeders, maar brengen door hun handelswijze het
voortbestaan van de gilde in gevaar. Gelukkig kunnen na enkele moeilijke jaren de zwarte
wolken verdreven worden.
De ouderdom van de leden doet zich in de tachtiger- en vooral negentiger jaren van vorige
eeuw gevoelen. De deelname van de Arendonkse gildebroeders en –zusters aan
gildemanifestaties loopt achteruit en wordt uiteindelijk afgelast. Arendonk verschijnt nog op
de voorjaarszitting van de Hoge Gilderaad op 19 februari 1984, maar moet daarna afhaken.
De Arendonkse Gilde wordt bestempeld als ‘slapende’ vereniging: met nog een 14-tal leden,
en een bestuur dat nog jaarlijks als activiteit de verplichte algemene ledenvergadering
organiseert rond de feestdag van Sint Sebastiaan: 20 januari. Archieven en materiaal worden
grotendeels in bewaring gegeven aan de plaatselijke Heemkundige Kring “Als Ice Can” v.z.w..
Vanuit die Heemkring melden zich – in 1997 – bij de Gilde twee bestuursleden aan om lid te
worden van de Sint-Sebastiaansgilde. Dhrn. G. Van Deuren en H. Liekens leggen op 24
januari 1998 de gilde-eed af. Datzelfde voorjaar wordt het schieten op de staande wip in ‘den
Diepenbeemd’ hernomen. De contacten met de Hoge Gilderaad worden eveneens hernomen:
de Arendonkse gilde is reeds aanwezig op de najaarsvergadering van 26 oktober 1997.
De volgende jaren worden nieuwe activiteiten uitgebouwd en komt de oude gilde terug naar
buiten. Het ledenaantal stijgt. Stelselmatig worden in het bestuur de zwakke punten
aangepakt. De schutters vormen geen staat meer in de staat: allen zijn verenigd in één gilde.

In 2008 vormt de feitelijke vereniging zich om tot VZW met nieuwe statuten en een
volledig nieuw modern huishoudelijk reglement met de nadruk op de gelijkheid
tussen gildebroeders en -zusters.

De vastberadenheid van de nieuwe generatie staat waarborg voor de toekomst
van Sint-Sebastiaan Arendonk.

Harry Liekens, Ouderman (halfoogst 2016)

*’een wagen met meyen’ Middelnederlandse beschrijving: een ‘speelwagen’ of plezierwagen waarop men ‘voor
eigen genoegen’, om zich te amuseren, men zich kon verheugen of verlustigen. Het Modern Nederlands kent dat
soort wagens niet meer en ook de uitdrukking niet: ‘zich meien’, maar wel zich ‘vermei(l)den (zich verheugen of
verlustigen dus). De middeleeuwse reizigers, en in dit geval het gezelschap van de Arendonkse schutterskoning
met militie en gevolg, verplaatsten zich in gezelschap te paard én met platte wagen met tent(zeil) voor beschutting
en overnachting.
**’de Staatsen’ ofwel ‘staatsgezinden’ of ‘Staatse Partij genoemd’, waren tijdens de Tachtigjarige Oorlog de groep
opstandelingen tegen het Spaanse gezag. Vooral in de nieuwe grensstreek met de opstandige Nederlandse
Provincies richtten zij veel vernieling en schade aan.
***zie uitleg over die Arendonkse gilde in de “Geschiedenis der Vrijheid Arendonk” door Th.Ag. Welvaarts
(Snelpersdrukkerij F.Beersmans-Pleek, Turnhout, 1887) op pag. 12 en pag 46-58.

Bronnen:
Artikel uit “De Knaap” 50 ste Jg. Nr.199, nr. 3( Sept.)2015 “Arendonk Sint-Sebastiaan” Bewerking: Frans Snijders.
Gedeeltelijke weergave en aangevuld met gegevens uit “De Guld Sint-Sebastiaan Arendonk” (dr. Eugeen Van
Autenboer; uitgave Als Ice Can 2008).
Artikel gebaseerd op de inhoud van de katern ‘Sint-Sebastiaan Arendonk’ die zich bevindt in het ‘Oud Archief van
de Gemeente Arendonk’, bewerkt door archivaris A. JAMEES, in het Rijksarchief te Beveren België (ingekeken
door de auteur in 2016).